Eerste villa’s aan de Nieuweweg
Circa 1880 ♦ Gemeentelijk Monument
In het begin van de jaren tachtig van de negentiende eeuw was het bouwproject van de “Vennootschap”(vanaf 1886 “De Lochemse Bouwvereeniging”) aan de Nieuweweg in volle gang. De bouwpercelen langs de nieuwe stoomtramverbinding naar Borculo waren bestemd voor villa’s, waarvan de eerst kort na 1880 verrezen, vooral langs het noordelijke deel van de weg. Waarschijnlijk hebben de Lochemse architect J. Bosch en de aannemersfirma van de Gebroeders L. en A.J. Reerink, die deel uitmaakte van de Vennootschap, een groot aandeel gehad in de bouw van de huizen. Die eerste villa’s zijn goed te herkennen aan hun overeenkomstige opzet en kenmerken, die karakteristiek zijn voor het zogenaamde eclecticisme uit de periode rond 1870-1890. De huizen zijn vaak blokvormig en symmetrisch van opzet, met één of twee bouwlagen en met pannen gedekte schilddaken. De gevels zijn in lichte tinten gepleisterd en voorzien van klassieke horizontale en verticale accenten, zoals friezen en kroonlijsten, hoekpilasters en risalieten (vooruitspringende geveldelen). Sommige geveldelen worden bekroond door een driehoekig gevelveld, een fronton. Allerhande stucwerkdetails verlevendigen het gevelbeeld. Zo is er een grote variatie aan gepleisterde sierbogen met barokke ornamenten boven de vensters, geornamenteerde sierlijsten, balkons met versierde balustrades en geprofileerde consoles in uiteenlopende stijlen. Ook zijn verschillende venstervormen toegepast, zoals rechtgesloten, getoogde of rondboogvensters, vaak binnen één gevelontwerp. Houten luiken geven het geheel extra cachet. Nieuweweg 10, 14 en 16 zijn er goede voorbeelden van. Nr. 20 met de rijk gedecoreerde houten serres en nr. 56 met asymmetrische opzet en dakoverstekken met houten druiplijsten wijzen al op een schilderachtiger, vrijere opzet, die in de chaletstijl tot ontplooiing zou komen.



