Een drama op de Harfsensesteeg
In de vroege ochtend van dinsdag 29 mei 1973 voltrekt zich een ramp in het buitengebied van
Harfsen. Op de kruising van de Asselerweg en de Harfsensesteeg botst een vrachtwagen in
volle vaart op een schoolbus. De gevolgen zijn vreselijk. Vijf schoolkinderen zijn op slag
dood, twee overlijden daags erna aan hun verwondingen. De chauffeur van de vrachtwagen
wordt uit zijn cabine geslingerd en sterft ook.
Een akelige gebeurtenis opgetekend door Wim Brummelman.
Wim ter Meulen is destijds 26 jaar en boert op ’t Asseler. Hij is aan het werk in een
nabijgelegen weiland bij de brug over de Harfsensche Beek als hij de klap hoort, een paar
honderd meter verderop. Hij is snel op de plek des onheils en ziet de ravage. ,,Eerst denk je dat het wel mee zal vallen. Maar al gauw weet je dat er helemaal niets aan meevalt.”
Het A.N.P. zal later die dag melden dat de schoolbus in brand is gevlogen. Dat is een
misverstand. De open vrachtwagen van de landbouwcoöperatie ABC vervoert maismeel. Door
de harde klap is die lading door de kapotte ruiten de bus ingestroomd. Alsof er met schuim is geblust. Veel kinderen zijn bedolven onder het witte meel. Dat zal het proces van identificatie die dag erg bemoeilijken. Sommige slachtoffers zijn bekneld geraakt, sommigen gestikt.
Kranten vermelden de volgende dag gruwelijke details in hun nieuwsberichten.
Wim klimt in de bus, ziet gekwetste lichamen, en begint samen met andere buurtbewoners
slachtoffers de bus uit te tillen. ,,Ik heb hen niet als mensen gezien. Misschien uit een soort zelfbescherming. Ik heb gewoon gedacht: ik moet die lichamen eruit halen, want misschien kunnen ze er nog iets mee’’, herinnert hij zich zijn houding. Tot de hulpverleners uit de buurt behoort ook het gezin Wuestman aan de Broekstraat. Jo Wuestman doet haar pasgeboren zoontje in bad als ze opschrikt door het geluid van de botsing en door het raam naar buiten kijkt. ,,De bus is ontploft’’, schreeuwt ze als ze een witte stofwolk ziet. Haar man Joop en haar schoonvader rennen naar het kruispunt. Daar gebeuren wel vaker ongelukken. Maar wat ze nu te zien krijgen, tart hun verbeeldingsvermogen. Net als buurman Wim ter Meulen klimt Joop Wuestman in de bus om te proberen kinderen uit de bus te krijgen. Ook zijn vader handelt vastberaden als hij de schoolkinderen ziet. Hij loopt terug naar huis en gelast zijn schoondochter Jo mee te helpen om lakens en dekens te pakken. En ook de slaapzakken die in een caravan op het deel liggen.
Het regent zachtjes. Het overal uitgestrooide meel is een vieze, stinkende pap geworden, in de herinnering van Jo. Zij ontfermt zich over de min of meer ongedeerde kinderen die uit de bus zijn gehaald en nu ontredderd en kleumend in de berm zitten. Ze probeert hen zo goed als mogelijk te troosten, hen af te leiden en af te schermen van het verschrikkelijke dat om hen heen gebeurt. Van de lichamen die onder dekens worden gelegd. Lina Wichers, die samen met
haar zus Mina naar het kruispunt is gekomen, heeft een cursus EHBO gedaan en gaat kordaat te werk. Zij geeft andere hulpverleners uit de buurt aanwijzingen en scheurt lakens uiteen om doeken te hebben om de gezichten van slachtoffers schoon te vegen. Ook Stieneke Klein Teselink, de schoonzus van Jo Wuestman, helpt mee. Ze praat met de kinderen om hen gerust te stellen. Later, als kinderen worden opgehaald in een busje, gaat ze mee en zingt ze liedjes met hen. Aan het eind van de middag verzamelen de brandweerlieden die de hele dag aan het werk zijn geweest op het kruispunt zich bij de boerderij van Wuestman. Op de deel drinken ze met z’n allen koffie. Ze kijken elkaar in de ogen. Joop Wuestman zegt zich dat moment nog goed te herinneren. ,,Slachtofferhulp had je toen nog niet’’, zegt hij.
Drie dagen later, vrijdagavond 1 juni, nemen de gemeenteraad van Gorssel en de aanwezigen
op de publieke tribune een minuut stilte in acht ter nagedachtenis aan de slachtoffers. Burgemeester Thate zegt dat de rijkspolitie hem speciaal heeft gevraagd ,,onze erkentelijkheid’’ aan de omwonenden over te brengen voor hun actieve bijstand aan de slachtoffers. ,,Zij vormden de zwijgende achterban bij de hulpverlening, kwamen niet uit
nieuwsgierigheid, maar hebben hard gewerkt.’’
Het ongeluk gebeurt iets voor half negen. De omgekomen vrachtwagenchauffeur van de ABC is de 45-jarige H.J. Bolink uit Bathmen. Hij heeft geladen in Deventer en is nu op weg naar de coöperatie in Almen, aan de Scheggertdijk, onder aan de Almense brug. Hij rijdt die route vaker, bijna dagelijks, en staat in de buurt bekend als iemand die stevig doorrijdt. De chauffeur van de schoolbus, Herman Weustenenk, is veertig en komt uit Ruurlo. Hij is in dienst van de GTW, de Gelderse Tramwegen. Net als talloze keren eerder heeft hij op zijn route leerlingen opgepikt uit Barchem, Vorden, Lochem en Laren. Nu is hij, met een twintigtal jonge kinderen onder zijn hoede, op weg naar Eefde.
Weustenenk is chauffeur en begeleider van de kinderen tegelijkertijd. Na een stop in Eefde zal hij naar Zutphen rijden. Daar zitten de kinderen, tussen de acht en dertien jaar oud, op de Dr. Herderschêeschool en op de Dr. Van Voorthuysenschool. Het zijn zogenoemde BLO-scholen: scholen voor buitengewoon lager onderwijs. Speciaal onderwijs heet dat nu. De leerlingen in de bus zullen een beetje opgewonden zijn geweest. Die dag is geen gewone schooldag. In Zutphen zullen ze straks overstappen op een andere bus, ze gaan op schoolreisje naar Ouwehands Dierenpark in Rhenen.
De eerste twee ziekenauto’s, uit Zutphen en uit Deventer, zijn na ongeveer een half uur op de plek des onheils. Agenten van de rijkspolitie uit Gorssel die ook zijn gearriveerd, bellen dat er veel meer ambulances moeten komen. Dokter Van de Wetering uit Almen woont niet ver weg en is snel ter plaatse. Samen met zijn collega Van der Schaaf uit Laren verlenen ze eerste hulp in de bus en geven instructies aan de hulpverleners. Dokter Van de Schaaf ziet eruit als een arbeider van de coöperatie, zo besmeurd is zijn altijd nette pak, herinnert Jo Wuestman zich. Maar dat deert hem niet, net als Van de Wetering is hij aan een stuk in de weer. Omstreeks kwart voor tien is ook het hoofd van de Van Voorthuysenschool aanwezig. Als hij de ravage overziet, loopt hij naar de naburige boerderij van Eggink en belt burgemeester H.J. Beuke van Lochem. Vrijwel alle kinderen in de bus komen uit diens gemeente, waarschuwt hij hem. Beuke op zijn beurt licht de gemeentesecretaris van Lochem in. Zelf rijdt hij naar de kruising op de Asselerweg, en gaat dan door naar het ziekenhuis in Zutphen. Daar wordt een soort crisiscentrum ingericht. ,,Een ramp voor onze gemeente’’, laat hij journalisten weten. Zijn Zutphense ambtgenoot, burgemeester Roeters van Lennep, keert halsoverkop terug uit Maastricht van een congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
De ware omvang van de tragedie verspreidt zich in slow motion over de dag. In de loop van de ochtend meldt de radionieuwsdienst dat er een ongeluk is gebeurd in de gemeente Gorssel, ergens in het buitengebied tussen Laren, Harfsen en Almen. Maar wat er precies is gebeurd en of en hoeveel slachtoffers er zijn, en of ze ernstig gewond zijn of niet, en vooral: wie het zijn, dat is lange tijd onduidelijk. Er zijn nog geen mobiele telefoons, geen internet. Eerst is nog ruimte voor hoop dat het misschien wel mee zal vallen.
Dika Pasman hoort het nieuwsbericht op de radio als ze aan het werk is in bejaardencentrum Sint Jozef in Lochem. Dika is zeventien en ze woont nog bij haar ouders op de boerderij aan de Zwiepseweg. Net als haar vier jaar jongere zusje Gerrie, die in Zutphen naar de Van Voorthuysenschool gaat. Tussen de middag komt Dika even thuis en brengt koffie naar haar vader en een neef die op het land aan het inkuilen zijn. ,,Dat is ook wat’’, zegt haar vader, ,,als dat maar niet de schoolbus van Gerrie is.’’ En haar moeder vraagt zich af: ,,Hoe moet onze Gerrie vanavond naar huis komen als de bus kapot is?’’ In de loop van de middag groeit de ongerustheid. Ouders van de kinderen in de bus bellen in wanhoop naar het gemeentehuis in Lochem, naar de politie, naar de scholen in Zutphen en naar de ziekenhuizen in Deventer, Zutphen, Enschede en Doetinchem waar slachtoffers naar toe zijn gebracht. Niemand kan uitsluitsel geven, hen geruststellen. Ook de vader van Dika en Gerrie belt naar school en ook hij krijgt alleen te horen dat er geen kinderen meer op school zijn. Ze zijn naar huis gestuurd of die ochtend nooit aangekomen. ,,Het was allemaal zo verschrikkelijk. Niemand wist wat er precies aan de hand was. We wilden de ouders zo graag helpen, maar we konden het niet. Het was zo ontzettend zielig, ons medelijden was zo groot. Ook de andere kinderen op school die van het drama vernamen, raakten af en toe in paniek. Het was een verschrikkelijke tragedie’’, citeert dagblad Tubantia de volgende dag een onderwijzer. Burgemeester Beuke van Lochem heeft de predikanten in zijn gemeente gevraagd thuis te blijven en nadere berichten af te wachten. Een tante van Dika belt naar het verzorgingscentrum in Lochem en zegt dat Dika naar huis moet komen. Aan het eind van de middag, om vijf uur, half zes, bijna negen uur na het ongeluk, stapt dominee Onstein het erf op. Hij vertelt het gezin aan de Zwiepseweg dat ook Gerrie is overleden. Ze is opgebaard in een ziekenhuis in Zutphen. Iemand van de familie moet haar gaan identificeren. ,,Ik doe het wel’’, zegt Dika tegen haar wanhopige ouders. Die kunnen het immers niet doen. Wie moet anders de koeien melken, de varkens voeren? ,,Toen ik ’s-avonds terug kwam, heb ik gezegd
dat het inderdaad Gerrie was. Mijn ouders mochten haar later niet meer zien. Ik heb hen nooit verteld wat ik heb gezien.’’
Ook burgemeester Beuke komt die avond uitgeput naar huis. Hij woont ook aan de Zwiepseweg, toevallig schuin aan de overkant tegenover de boerderij van Pasman. Als hij de deur binnenstapt, zien zijn vrouw en zijn twee kinderen aan hem dat hij de dag op de toppen van zijn kunnen heeft doorbracht. ,,Mijn vader was een gelijkmatig man, niet gemakkelijk stuk te krijgen. Voor het eerste van mijn leven heb ik hem toen zien huilen’’, zegt dochter Marian Beuke. Haar vader en moeder sluiten zich op in de woonkamer, doen de deur dicht. Ze willen met elkaar zijn, om samen de emoties te verwerken.
Erg lang blijft de deur niet dicht. De telefoon, die op een tafeltje in de gang staat, blijft onophoudelijke rinkelen. Burgemeester Beuke voert vele gesprekken. Een keer wordt hij vreselijk boos en valt hij driftig uit, herinnert Marian Beuke zich. ,,De Telegraaf was aan de lijn en wilde foto’s van de slachtoffers.’’ Dika Pasman heeft een soortgelijke herinnering aan de media. Haar zusje Gerrie wordt vier dagen na het ongeluk, op zaterdag 2 juni, begraven in Barchem. Op dezelfde dag overlijdt ook haar beste vriendinnetje, Betsy Knoef, in een ziekenhuis in Enschede. Zij is het laatste
slachtoffer dat nog in levensgevaar was: het totale dodental komt nu op acht te staan. Van de uitvaartbijeenkomst met nabestaanden op het kerkhof in Barchem verschijnt een foto in de krant. ,,Ik weet nog hoe boos mijn ouders daarover waren’’, zegt Dika.
Al direct na de botsing is ook voor de politie duidelijk wie er schuld draagt. De vrachtwagen kwam van rechts. Buschauffeur Weustenenk, die na de botsing in shock verkeert, dacht nog ruimschoots voor de truck de kruising te kunnen oversteken. Maar hij heeft zich vergist. Met rampzalige gevolgen, beseft hij. Ook als hij eind september als een gebroken man voor de rechtbank in Zutphen staat, verklaart hij dat alleen hij verantwoordelijkheid draagt voor de
tragedie. Tegen de rechter zegt hij geen uitvluchten te zoeken. Hij ziet bij voorbaat af van een hoger beroep. Dat brengt alleen maar nog meer verdriet bij de nabestaanden, zegt hij. Het vonnis wordt op 5 oktober 1973 uitgesproken. Het luidt: een maand hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Ook krijgt hij vijfhonderd gulden boete, en wordt hem twaalf maanden ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd, waarvan de helft voorwaardelijk met een jaar proeftijd. De nabestaanden van de omgekomen en gewonde schoolkinderen kunnen met deze uitspraak leven. Ze koesteren geen wraakgevoelens jegens Weustenenk. Hij was geliefd bij de kinderen onder zijn hoede. In een brief aan de rechtbank vragen zestien ouders om hem niet verder te straffen na het persoonlijke leed dat ook hem heeft getroffen. ,,In de afgelopen jaren heeft hij onze kinderen zeer goed op hun tocht begeleid. Na het ongeval heeft hij ook al het mogelijke
gedaan om te helpen. De gewonde kinderen heeft hij later in het ziekenhuis bezocht. Wij kunnen geen wraak gevoelen en vragen de uiterste clementie”, schrijven ze.
Ook de ouders van Gerrie Pasman ondertekenen de brief. ,,Weustenenk is na het ongeval bij mijn ouders op bezoek gekomen. Hij was een fijne man, hij is min of meer een vriend van hen geworden”, zegt Dika. Ze heeft een map met krantenknipsels, foto’s, briefjes, rouwkaarten en andere herinneringen aan haar zusje op tafel gelegd. Die spullen heeft ze uit het ouderlijk huis meegenomen. Op een blocnotevelletje heeft Gerrie de tekst van ‘Manuela’ van Jacques Herbin blauwe balpenletters overgeschreven. Er is een foto uit Amsterdam, waar Gerrie een zware hersenoperatie onderging en langdurig in het ziekenhuis lag. ‘Rust zacht Lieve Gerrie’, schrijven Opoe en Opa. ‘Een laatste groet’ van de C.J.V. clubs’ (Christelijke Jongeren Vereniging). Een blijk van deelneming namens de net aangetreden minister van Verkeer en
Waterstaat, Westerterp. En er is een net voor het ongeluk verstuurde brief van een nicht waarin ze Gerrie feliciteert met haar mooie rapportcijfers. ,,Gerrie zat in het laatste jaar in Zutphen. Ze had het eindexamen gehaald en kon na de zomer naar de huishoudschool’’, zegt Dika. ,,
Na het ongeluk gold voor mijn ouders: er was een tijd van voor Gerrie en een tijd na Gerrie.’’ Dika woont al bijna twintig jaar aan de Broekstraat, dicht bij de plek waar haar zusje verongelukte. Dat zij en haar man – haar vriendje toen zij naar Zutphen moest om Gerrie te identificeren – juist daar zijn gaan wonen, is niet met opzet. Ze woonden in Lochem, maar ze wilden meer ruimte om hen heen. Dat vonden ze in het Harfsense buitengebied, toevallig in het vroegere huis van Joop en Jo Wuestman. Van hen hoorde ze tijdens een van hun gesprekken waar het drama in mei 1973 zich had afgespeeld.
Na het ongeluk werd de doorgaande aansluiting van de Harfsensesteeg op de Asserweg enkele
tientallen meters verlegd. De oorspronkelijke kruising is er niet meer. Los daarvan herinnert geen enkele markering nog aan de tragedie. Op 29 mei van vorig 2023 toen er precies een halve eeuw was verstreken sinds het overlijden van haar zusje, liep Dika in haar eentje naar de plek van de vroegere kruising. Ze had een bos bloemen in haar hand. Die legde ze in de berm. Om Gerrie te herdenken.