Een obligatie van de Hulpbank in Lochem

Nevenstaande afbeelding toont een obligatie van 25 gulden van de Hulpbank In Lochem, die behoorde bij de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, afdeling Lochem.

Het Lochemse departement van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen werd in 1831 opgericht. De organisatie van welgestelde burgers stelde zich tot doel de leefomstandigheden en het onderwijs van de arbeidende klasse te verbeteren. De Lochemse afdeling bestond in de beginjaren uit dichter en landbouwkundige mr. A.C.W. Staring, de rector van de Latijnse school I. Peerlkamp, de fabrikant G.J. Reerink en de predikant ds. Van IJssel Groothuis. In latere jaren werden o.a. een bewaarschool, een leesbibliotheek en een spaarbank opgericht.

De Hulpbank van het Departement Lochem van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen was een plaatselijk kredietinitiatief dat vooral bedoeld was om arbeiders, kleine neringdoenden en andere minvermogende inwoners aan een eerlijke lening te helpen, zodat zij niet afhankelijk werden van particuliere geldschieters of woekerrente. Met het uitlenen van geld tegen redelijke voorwaarden wilde de Maatschappij (in de volksmond ‘Nut’ genoemd) dus armoede, schuldproblemen en soms ook werkloosheid of bedelarij tegengaan. In veel departementen was dit onderdeel van een bredere sociale en opvoedkundige missie van het Nut. Het was dus geen bank in moderne zin maar een kleine, maatschappelijke kas met een lokaal bestuur en regels voor wie geld kon lenen.

De bank moest natuurlijk van een startkapitaal worden voorzien. Dit gebeurde door het lenen van geld, en door het uitgeven van obligaties, welke veelal werden aangeschaft door vermogende mensen en notabelen uit de “upper-class” van de lokale bevolking. Dit verklaart dus de uitgifte van de obligatie van 25 gulden (blijkbaar was dit het standaardbedrag) in 1904 aan Dr. E.D. Cartier van Dissel, een zeer bekend persoon in de Lochemse gemeenschap.

Over de Lochemse dokter Etiënne Daniël Cartier van Dissel (1829–1915) is elders op de website van het HGL meer te vinden (zie: https://erfgoedlochem.nl/verhaal/etienne-daniel-cartier-van-dissel/).

Op deze foto zien wij een gedeelte van een bladzijde uit de financiële jaarverslagen van de Lochemse Hulpbank, en wel de “activa”-bladzijde van de balans van het jaar 1904. Daaruit valt op te maken dat het balanstotaal van de hulpbank ca. 2.333 gulden bedroeg, en dat aan de obligatiehouders, waarvan Dr. Cartier van Dissel er dus één was, in 1904 een totaalbedrag van 28,125 gulden aan rente was uitbetaald (men rekende indertijd ook met halve centen). Omdat de (vaste) rente 2,5% bedroeg kan daaruit worden afgeleid dat er 45 obligaties waren uitgegeven.

De Lochemse Hulpbank werd in 1867 opgericht, en in 1963 opgeheven.

De Spaarbank Lochem

De hulpbank stond los van de ‘Spaarbank Lochem’, welke in 1819 reeds was opgericht en in 1987 ophield te bestaan omdat er werd gefuseerd met de Bondsspaarbank Goor tot de “Berkel‑Regge Bondsspaarbank”. In 1992 werd verder gefuseerd met de Bondsspaarbank Borculo tot de “Stichting Spaarbank Achterhoek-Twente”, deze ging in 1995 op in de SNS-groep.

De spaarbank had een ander doel dan de hulpbank: ten eerste om de spaarzin van ‘den gemeenen man’ te bevorderen en met rente te belonen en ten tweede om met de ingelegde gelden diezelfde gewone man te ondersteunen met kredieten. Over de Lochemse Spaarbank is op deze website een apart artikel te vinden: https://erfgoedlochem.nl/verhaal/de-spaarbank-lochem/.

Hulpbanken waren in de 19e eeuw een veel voorkomend fenomeen. De eerste hulpbank werd opgericht in 1848 in Middelburg, en in de jaren 1850-1870 volgden vele andere grote en middelgrote steden. In de jaren ’50 en ’60 van de 20e eeuw werden zij allemaal weer opgeheven, omdat hun functie was overgenomen door de overheid, door particuliere initiatieven, of door reguliere banken.