De Roskam

Herberg de Roskam was een van de pleisterplaatsen waar voerlieden op weg tussen Borculo en Deventer hun paarden konden uitspannen en verzorgen.

Daar konden zij ook zichzelf en hun paarden weer opladen voor hun volgende etappe. Maar behalve voor reizigers was de herberg er ook voor de plaatselijke gemeenschap. In 1632 dronk de marke Gorssel ‘bij Hasken Franken in De Roskam’ een beker wijn op het zojuist genomen besluit om de kerktoren ‘met tien voet’ te verhogen.

De herberg bestond overigens al in de 14e eeuw, zij het onder de naam Stalbrinck en varianten daarvan. Nog tot 1724 werd die naam soms nog wel gebruikt naast het nieuwere ‘Roskam’.

Er moet lange tijd een hechte relatie geweest zijn tussen De Roskam en boerderij Vrancke/Frankenplaats. Zo was blijkbaar in de 17e eeuw Hasken Franken kastelein in de Roskam. En medio 18e eeuw trok Jan Stevensz Bleeckman – naar zijn opeenvolgende woonplaatsen ook wel genoemd ‘op ‘t Walle’, ‘Roeterdink’, ‘Roskam’ en ‘Franke’- zich na zijn loopbaan als herbergier op de Roskam terug om te gaan boeren op de Franckenstede. Toch is er geen verwantschap te vinden tussen beide kasteleins Franke(n).

Genoemde Jan Stevensz en zijn vrouw Aeltjen Alberts Roeterdinck waren de herbergiers op de Roskam ongeveer van 1715 tot 1735 en trokken zich toen, zoals gezegd, terug op de Franckenstede. Mogelijk hadden zij al ene Willem van der Meij in dienst als knecht op de Roskam en bleef die daar uitbater tot hij in 1744 trouwde met de jongste dochter des huizes Maria (Roskam/Franke/Roeterdink). Zij vormden het begin van twee en een halve eeuw en zes generaties van der Meij op de Roskam. Na Willem (1714 – ca 1790) waren Jan (Willem) (1760 – 1835), Jan Willem (1808-1893), Willem (1859-1929), Jan (Willem) (1902 – 1961) en tenslotte Harry (Johan) (1933 – 2015) er ‘kastelein’, ‘herbergier’ of ‘logementhouder’. Voor het reilen en zeilen van het logement waren overigen de echtgenotes zeker zo belangrijk.

Waar kwam trouwens die naam ‘van der Meij’ ooit vandaan? Dat was een boerderij in Ruurlo die de Meiman of ook wel de Mei, de Meij of de Mey werd genoemd. Via ‘Op de Mey’ werden de bewoners ‘van der Meij’ genoemd. Jan van der Meij, de vader van de eerste herbergier Willem van der Meij, was in Gorssel terecht gekomen door zijn huwelijk met de Gorsselse Aeltjen Hendriks Klein Bentink,

Veiling 1882

Aanbesteding 1898

De Roskam was in de lange periode ‘van der Meij’ niet alleen logement, maar ook stamcafé, feestzaal, verenigingsgebouw en veilinglokaal voor Gorssel. En als je echt wilde weten wat er, vanaf 1914, in het naastgelegen gemeentehuis speelde dan kon je het beste na de raadsvergadering je oor te luisteren leggen in de Roskam. De van der Meij’s zelf waren al even veelzijdig. Willem van der Meij bijvoorbeeld bestierde aanvang 20e eeuw niet alleen De Roskam, maar was ook nog boer, begrafenisondernemer, ansichtkaartenuitgever, verzekeringsagent, voorzitter van de zangvereniging, oprichter van de rijvereniging én commandant vrijwillige brandweer. Hij was ook degene die in 1898 een heel nieuw pand liet bouwen dat nog steeds de kern vormt van het huidige gebouw. De prentbriefkaart met het Hotel Pension erop gaf hij zelf uit.

Ook Harry, de laatste van der Meij, was een man vol ideeën. Zo bedacht hij de Achterhoek Route. Vanuit de Roskam kon je per paard een week lang de Achterhoek doorkruisen en de bagage werd van hotel naar hotel gebracht.

Parool 1974

Eind jaren tachtig maakte een hartkwaal het voor Harry onverantwoord om op dezelfde voet verder te gaan. In 1990 verkocht hij het hotel, omdat er geen opvolger binnen de familie was. Nieuwe eigenaar was de Gorsselse projectontwikkelaar Ger Visser. Na diens faillissement en veroordeling kwam het pand in 2014 in handen van Hans Melchers, oprichter van museum MORE in het voormalige gemeentehuis. Van een combi met dat museum kwam het niet; in het pand kwam een vestiging van de restaurantketen ‘Loetje’.