De pourtraitschilder bezoekt Lochem

In maart 1828 werd Lochem ‘aangedaan’ door Berend Wierts Kunst, die gedurende 50 jaar als ‘pourtraitschilder’ door Nederland en omliggende landen trok en zo zijn kost verdiende. Overal waar hij neerstreek maakte hij, meestal in pastel en op papier, portretten van plaatselijke notabelen en anderen die zich dat konden veroorloven. Hij noteerde in een werkboekje wie hij had geportretteerd.

Ds Verweij en vrouw: Abraham Verweij (1793-1870), predikant in Lochem van 1825 tot 1829 en Johanna Carolina Maas (1803-1848). Meer informatie.
Burgemeester Thomasson: Hermannus Joachim Thomasson (1758-1833), burgemeester van Lochem van 1810-1833 en daarvoor al vanaf 1795 tijdens de republiek. Lees verder.
Mevrouw Folteling: Henriëtta Frederike Louisa Frowein (1807-1866), echtgenote van notaris Willem Goswijn Voltelen.
Rentmeester Human en vrouw: waarschijnlijk rentmeester van Ampsen Matthijs Willem Nijman (1759-1832) en Berendina Joosten (1764-1842).
Leen en vrouw en dochter: de latere burgemeester Jacob Leen (1779-1841), Willemina Thomasson (1773-1836) en Anna Elizabeth Leen (1805-1868). Lees verder.
Een kind van den heer Peerlkamp: waarschijnlijk Hendrika Agnieta Catharina Elisabeth Peerlkamp (1826-1901).
Juffrouw Viëtor: Agnieta Catharina Elisabeth Viëtor (1777-1835), weduwe van Herman Alberts Thomasson.
Raad en vrouw: waarschijnlijk Barthold Albert Gerard Raedt van Oldenbarnevelt (1794-1863) en Sibrandina Geertruid de Schepper (1794-1833). Lees verder.

Vier van deze portretten zijn bewaard gebleven. Wij kregen daarover een melding van Pieter Seuneke. Het gaat om de portretten van het echtpaar Leen – Thomasson en hun dochter Anna Elizabeth en om dat van de peuter Hendrika Peerlkamp.
Nadat de ongetrouwde Anna Elizabeth Leen overleed bleven de portretten van haar en haar ouders waarschijnlijk bij haar broer Laurens en diens tweede vrouw Jacoba Willemina Peerlkamp. En uiteindelijk kwamen alle vier de portretten terecht bij de nakomelingen van Johanna Petronella Peerlkamp, de zuster van Hendrika en Jacoba.