’t Klaphek

1845 ♦ Rijksmonument

De historische buitenplaats ’t Klaphek is in de negentiende eeuw ontstaan nadat de Zutphense bankier Huibert Evekink het oude goed met boerderij in 1843 had aangekocht van Gustaf Frederik Willem baron van Neukirchen genaamd Nyvenheim. Het “guet Klaphecke” wordt voor het eerst genoemd in een archiefstuk uit 1523. In de zeventiende eeuw kwam het in handen van Jonker Gerlach van der Capellen, eigenaar van het nabij gelegen Den Dam en na verschillende verervingen behoorde het in de achttiende een tijd lang tot het landgoed De Voorst. Bij de verkoop in 1843 bestond ’t Klaphek uit een boerderij en omliggende landerijen. Evekink bouwde de oude boerderij om tot het huidige grote landhuis. Daarbij werd het voorhuis van de boerderij in het landhuis opgenomen, met een verdieping verhoogd en uitgebreid. De volgende eigenaar, de familie Canters, liet het huis nogmaals vergroten. Dat moet na 1884 zijn gebeurd. De aanbouw, een soort veelhoekige tuinkamer met verdieping, werd, mogelijk rond 1935, weer afgebroken door één van de volgende eigenaars. Zo resteert tegenwoordig een U-vormig huis, dat met zijn wit geschilderde gevels en schilderachtige veranda een opvallende verschijning vormt in de fraaie landschapstuin rondom. Het huis is uitgevoerd in een sobere neoclassicistische stijl, gekenmerkt door de blokvormige opzet, de symmetrisch ingedeelde gevels met vlakke hoekpilasters en kroonlijsten. De vensters hebben negentiende-eeuwse schuiframen en luiken,

In de tuin is nog duidelijk de glooiing zichtbaar van de lichte verhoging in het landschap, waarop het huis (en de vroegere boerderij) zijn gelegen.