Kasteel Dorth
Uit de Monumentengids Lochem 2012:
De historische buitenplaats heeft een hoge ouderdom. Het goed wordt voor het eerst genoemd in de veertiende eeuw als bezit van het geslacht Van Heeckeren (later Van Heeckeren Van Dorth en uiteindelijk Van Dorth). Na enige eigendomswisselingen werd het oude kasteel in 1833 opgekocht door Laurens Kleyn, die het laat vervangen door een eenvoudige villa. In 1927 kwam het inmiddels sterk verkleinde goed in handen van Gustaaf Otto Frederik ridder Huyssen van Kattendyke. Na sloop van het negentiende-eeuwse huis volgde de bouw van het huidige grote landhuis, naar ontwerp van architect Andries de Maaker. Het huis is een goed voorbeeld van de in de eerste decennia van de twintigste eeuw bij welgestelde conservatieve opdrachtgevers populaire nieuw-historiserende stijl, die in dit geval teruggreep op de sterke symmetrische, sobere ontwerpen uit het begin van de achttiende eeuw. De bakstenen gevels eindigen aan de bovenzijde met een wit geschilderde kroonlijst. Opvallend is het hoge dak met de vier hoekschoorstenen. De voorgevel heeft een middenpartij met rijk gedecoreerde omlijsting, bekroond met een gebogen fronton. Hiermee wordt de hoofdingang van het huis benadrukt. Het huis staat binnen de oude binnengracht van het kasteelterrein en is bereikbaar via een gemetselde brug met ijzeren balustraden. Rondom bevindt zich een tuin- en parkaanleg, die gekenmerkt wordt door elementen in vroeg-landschappelijke stijl uit de periode rond 1800. De met eiken of beuken beplante lanen zijn merendeels restanten van vroegere datum. Buiten de binnengracht bevinden zich een koetshuis met aangebouwde schuur, een paardenstal en een tuinmuur en tevens een rentmeesterswoning, die in 1929 werden gerealiseerd naar plannen van architect A.J. Jansen.
Oorsprong en bouw van het kasteel
In 1329 bouwt Seyno van Dorth van Heeckeren een versterkt huis aan de Dortherbeek, gelegen in het gebied van de hertog van Gelre, tevens graaf van Zutphen. In 1348 dragen hij en zijn zoon Hendrik het huis op als ‘open huis’ aan de hertog. Hiermee verzekeren zij zich van de steun van de landsheer in geval van conflicten — en niet zonder reden: de familie Van Dorth is in feite een tak van de Van Heeckerens, die in langdurige strijd verwikkeld zijn met de heren van Bronkhorst.
Oorlog en herstel
In 1373 wordt het kasteel daadwerkelijk bezet en deels verwoest door de Bronkhorsten. Pas vier jaar later kan Hendrik van Dorth terugkeren en het kasteel herstellen.
Ruim twee eeuwen later, in 1582, speelt het ‘open huis’-principe opnieuw een rol. Staatse troepen uit Zutphen en Deventer verzamelen zich rond kasteel Dorth om via Laren op te trekken naar Lochem, dat belegerd wordt. Deze betrokkenheid leidt ertoe dat koning Philips II van Spanje de heer van Dorth als vijand beschouwt en hem op de dodenlijst plaatst — gelukkig zonder fatale gevolgen.
Twee Dorths en een adellijke lijn
Er bestaan twee locaties met de naam Dorth: het huidige Hof Dorth, nu boerderij De Meyer in Overijssel, en het Gelderse kasteel Dorth. Begin 14e eeuw komt Dorth in handen van een tak van de familie Van Heeckeren, die zich geleidelijk uitsluitend ‘Van Dorth’ gaat noemen.
In 1379 wordt Henrick van Dorth met het kasteel beleend. In 1443 wordt Derck van Dorth opgenomen in de ridderschappen van zowel het Oversticht als Gelre. In 1606 laat Diederick van Dorth een nieuw huis bouwen.
Luxe, schulden en een slimme huwelijkspolitiek
Isabella, dochter van Diederick, trouwt als laatste erfgename met de flamboyante Adriaan Balthasar, graaf zu Flodroff. Deze houdt van uiterlijk vertoon en rijdt dagelijks met een zesspan naar zijn garnizoenspost in Zutphen, waarvoor zelfs de Dortherdijk verbreed moet worden met passeerhavens. Het echtpaar laat echter niet alleen een prachtig huis na, maar ook een aanzienlijke schuld.
Die financiële problemen worden opgelost wanneer hun zoon, Adriaen Gustaaf, in 1675 trouwt met de zeer vermogende weduwe Margaretha Huyssen van Kattendijke, vrouwe van Serooskerke en Stavenisse.
Overerving en nieuwe eigenaren
Het echtpaar overlijdt kinderloos en laat Dorth na aan hun nichtje Johanna Margaretha Huyssen van Kattendijke en haar man. Deze laatste neemt de titels Graf von Wartensleben én Graf von Flodroff aan. Na hun overlijden wordt het kasteel in 1756 verkocht aan de Amsterdamse koopman Arend Rutgers.
Wat volgt is een eeuw van wisselende eigenaren, onder wie leden van de families Van der Capellen, Neukirchem genaamd Nyvenheim en Van Zuylen van Nyevelt.
Sloop, herbouw en natuurbescherming
In 1833 komt het zwaar verwaarloosde kasteel in handen van Laurens Kleyn, een uit Deventer afkomstige planter die rijk werd in de West. Hij laat het kasteel slopen en bouwt op dezelfde plek een nieuw landhuis.
Rond 1930 bouwt Gustaaf Otto Frederik baron Huyssen van Kattendijke — uit dezelfde familie als Margaretha — opnieuw een huis in 18e-eeuwse stijl. Hij overlijdt in 1971.
Een nieuw hoofdstuk: Natuurmonumenten
In 1986 koopt Natuurmonumenten het huis en het omliggende landgoed voor ƒ210.000. Daarmee begint een nieuw hoofdstuk in de lange geschiedenis van Dorth: dat van natuurbeheer en erfgoedbehoud.