Jacob Leen (1779 – 1841)

Jacob Leen was zoon van de plaatselijke schoolmeester en zou zich opwerken tot succesvol zakenman met veel bezittingen in Lochem. Zijn vrouw Willemina Thomasson kwam uit een uitgebreide Lochemse familie waaruit tal van stadsbestuurders waren voortgekomen, met als bekendste Hermannus Joachim Thomasson die vanaf 1795 tot 1833 burgemeester van Lochem was. Zelf woonde het echtpaar bij hun winkel aan de Bierstraat 5+7 (tegenwoordig 3+11), de straat waar de belangrijkste Lochemers woonden. Zij bezaten ook panden aan de Achterstraat. Hun dochter Anna Elizabeth en haar man verwierven ook nog panden aan de Molenstraat en de Oosterwal, zodat schoonzoon Albert Thomasson Harmsen (een neefje van Willemina) als beroep ‘grondeigenaar’ kon opgeven.

Behalve zakenman was Jacob Leen ook stadsbestuurder. In 1818 treffen we hem aan als Raadslid en in 1828 als wethouder. Toen de gemeente Lochem in 1819 een eigen Spaarbank oprichtte moest het eerste bestuur volgens de statuten bestaan uit lieden ‘uit de vermogendste klasse en die voor kundige, eerlijke en brave lieden bekend staan’. Jacob Leen was een van hen.

Nadat de al genoemde burgemeester Thomasson in 1833 was overleden was Jacob Leen, als een van de oudst zittende leden van het gemeentebestuur, zijn logische opvolger. Immers, tot de Gemeentewet van 1851 werd de burgemeester nog niet vanuit Den Haag benoemd, maar binnen de plaatselijke elite aangewezen.

Jacob Leen was burgemeester van Lochem van 1834 tot 1841.

Dit portret is gemaakt door reizend ‘pourtretschilder’ Berend Wierts Kunst.

Lees meer over diens bezoek aan Lochem in maart 1828 in het verhaal op deze website.