Hotel Stad Lochem

1883 ♦ Gemeentelijk monument

Terwijl in de vroege jaren tachtig van de negentiende eeuw druk werd gebouwd aan de eerste villa’s langs de Nieuweweg, stond ook het imposante familiehotel Stad Lochem in de steigers. Lochem was volop in opkomst als toeristische trekpleister en overal verrezen hotels en pensions. Ook te midden van de voorname villa’s aan de Nieuweweg, waarvan er verschillende al gauw als pension fungeerden, was een representatief hotel op zijn plaats, zo was de gedachte van de “Vennootschap”, die verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het Nieuwewegproject. Stad Lochem lag zeer gunstig aan de tramlijn, vlakbij het centrum van Lochem, met “prachtige Dennenbosschen en Bergwandelingen over den bekenden Lochemschen berg, het Buitengoed “Huize de Cloese” en het Kasteel Ampsen”, zoals de advertenties meldden, binnen handbereik. Naast vele hotelkamers had het hotel ook ruime zalen voor het houden van bruiloften en familiepartijen. De eerste hôtellier was P.J. de Roock, die het hotel op 15 juni 1883 opende, maar al gauw werd het bedrijf overgenomen door de familie Pilger. Hotel Stad Lochem kreeg landelijke bekendheid en behoorde tot de meest gerenommeerde horecagelegenheden van oostelijk Nederland. Het hotel staat er nog steeds, al is het nu verbouwd tot luxe appartementen. De bouwstijl, in de trant van het neoclassicisme, is vergelijkbaar met die van de villa’s die in dezelfde periode aan de overkant van de Nieuweweg werden gerealiseerd. Karakteristiek zijn de streng symmetrische opzet en de toepassing van zware kroonlijsten en pilasters. Op de grote veranda’s en terrassen van het hotel, die uitkeken over de fraai aangelegde tuin met waterpartijen was het ’s zomers goed toeven.

Het volgende is een bewerking van een artikel door Jan Klein Egelink in Belvedere 1996-1.

In de vroege jaren tachtig van de 19e eeuw startte een ‘Vennootschap’ van vermogende Lochemers de ontwikkeling van riante villa’s aan een grindpad aan de oostkant van Lochem.

In mei 1882 werd de gemeente Lochem bereid gevonden dat zogenoemde Pillinkpad over te nemen van de particuliere ondernemers, het ‘te verharden, te bepooten en te verlichten’: de Nieuweweg was een feit. Op dat moment was daar nog nauwelijks bebouwing. Een handicap vormde de nogal stinkende lijmfabriek die Marinus Naeff daar in oktober 1880 had laten bouwen. Die strookte niet met de plannen voor de bouw van villa’s voor de “fine fleur” en van een hotel voor deftige toeristen.

De lijmfabriek werd verplaatst naar de Larenseweg en later overgenomen door Eugen Hoefling.

Op de plaats van de verdwenen lijmfabriek verrees het hotel dat Stad Lochem ging heten. Het ging op 1 juni 1883 in exploitatie, uitgebaat door Petrus Jacobus de Roock, eerder kastelein in de Grote Sociëteit te Enschede. In zijn aanvraag voor een vergunning tot verkoop van sterke drank had hij onder meer vermeld: “omdat het doel waarmee het hotel is daargesteld door eenige der voornaamste ingezetenen Uwer gemeente is de bevordering van de bloei en de levendigheid Uwer gemeente. Dat om dat doel te bereiken het nodig is om het den vreemdeling zoo gemakkelijk en aangenaam mogelijk te maken.” Dat pleidooi had kennelijk gewerkt, maar diezelfde ‘voornaamste ingezetenen’ zullen ook hun invloed wel hebben aangewend.

De Roock bleef drie jaar op Stad Lochem en werd opgevolgd door Hendrik Nicolaas Pilger. Hij kwam uit Broek in Waterland, vestigde zich hier op 1 mei 1886. en trouwde in februari 1888 met Johanna Willemina Cöllen en nam het gebouw in eigendom over van de Bouwvereniging. Ruim 20 jaar dreef hij het hotel en hij maakte er iets van! In augustus 1900 bijvoorbeeld had hij zijn 700ste gast ingeschreven. Zijn 12 ½ jarig jubileum werd uitbundig gevierd; dit haalde zelfs de plaatselijke krant.

Het hotel werd aanmerkelijk uitgebreid. Er kwamen een conversatiezaal van 48,35 m2, een eetzaal van 41,30 m2 en een suite van 24,20 m2. Ook kwamen er een zij- en een voorveranda. Bovendien werd de grote tuin verfraaid, er werden vijvers aangelegd en er kwam een lantaarnverlichting aan beide zijden van de ingang.

In de fraaie folder die Pilger uitgeeft staan alle tarieven vermeld voor dranken en spijzen en maakt hij zijn gasten attent op de mooie punten in Lochem en omstreken. Een pilsje kost bij hem f. 0,15, een borrel f. 0,10, tot f. 0,15, wijn f. 0,25, ~t f. 0,30 per glas. In een café of logement betaalde men in die tijd de helft, maar het was dan ook een familiehotel voor de gegoede lieden die in Lochem woonden of Lochem bezochten.

Ook de spijzen waren exclusief geprijsd, een kop soep f.0,30, een biefstuk met aardappels f. 0,90, een broodje kaas f.0,15. Een ontbijt, alleen bestaande uit brood, boter, kaas, vlees en fruit, f. 0,50 per persoon, een kopje koffie of thee f. 0,15. Logies met ontbijt, toen déjeuner genoemd, kostte f. 1,75. Het diner, de zogenaamde “table d’hôte á 5 heures” inklusief een halve fles wijn, werd geserveerd voor f. 2,25.

Pilger trok zich eind 1906 terug uit het hotel en uit Lochem. Hotel Stad Lochem werd overgenomen door Arnoldus Hermanus Christianus Reiring die al na drie jaar een vennootschap aanging met Hendrik Johannes van de Riet. Vanaf 1912 is eigenlijk nog alleen sprake van die laatste.

Van de Riet liet meteen het nodige verbouwen en uitbreiden. Er kwam een nieuwe eetzaal van 84m2, de voormalige eetzaal werd conversatiezaal. De entree wordt geflankeerd door palmbomen. Bijna 30 jaar bleef Van de Riet eigenaar. In die periode bloeide het hotel als nooit te voren. Van heinde en ver kwamen de gasten. Hotel Stad Lochem werd een begrip tot ver daarbuiten. Het hotel bleef exclusief. Ook belangrijke exclusieve verenigingen werden er opgericht. Op 26 februari 1925 werd om 14.00 uur in de eetzaal opgericht een afdeling van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. Het was de 55e afdeling die in Nederland van de grond kwam. Mevrouw Staring-Reerink die op de Koppel woonde, werd presidente. Er meldden zich 35 leden aan en nog op diezelfde middag was er een demonstratie van de firma Van Houten, de bekende cacao-en chocoladefabriek in Weesp. Deze club bestond uit destijds voornamelijk uit dames van goede komaf.

Op 17 augustus 1932 verschafte het hotel onderdak en logies voor een paar dagen aan een belangrijk personage, te weten de Minister van Staat, Dr. H. Colijn, die later minister-president werd. Colijn bracht die dagen net een bezoek aan de textielindustrie in Twente om zich van de stand van zaken op de hoogte te stellen. Er waren daar grote stakingen aan de gang.

Bekend is verder dat er sinds 1922 een ober-kelner, later bedrijfsleider in het hotel de scepter zwaaide en dat was de Oostenrijker Paul Finster. Hij was Hongaar van geboorte en in 1922 naar Nederland gekomen om werk te zoeken. Hij belandde bij eigenaar Van de Riet van wie hij een uitstekende opleiding ontving.

In 1941 toen Van de Riet vertrok wilde Finster het hotel wel kopen, maar om de een of andere reden ging dat niet. Een eind verderop aan de Nieuweweg stond hotel Aurora waarvan W. Rigter de eigenaar was. Het lukte Paul Finster dat hotel in 1942 te kopen en het als Hof van Gelre tot een bloeiende onderneming te maken.

Van de Riet deed Stad Lochem intussen in 1941 over aan Bartold de Jong die het hotel exploiteerde tot augustus 1953. De volgende en laatste hotelhouder was, tot 1966, Herman Bernard Althoff.

De vakantiegewoonten veranderden, regelmatige modernisering van de hotelkamers vergden steeds meer investeringen. Het ene na het andere hotel in Lochem moest zijn deuren sluiten. Ook over de sluiting van Hotel Stad Lochem moest de Geldersch Overijsselse Courant constateren: “Voor de ontwikkeling van het vreemdelingenverkeer is het een groot verlies dat hotel Stad Lochem niet meer als hotel dient.”

Op 1 december 1966 hield het hotel op te bestaan. Althoff bleef voorlopig nog eigenaar. Hij verhuurde het complex aan de Stichting Bartimeus. Het deed dienst als voorlopige inrichting voor blinde en gehandicapte kinderen. Het voormalige hotel was bewust gekozen omdat het toen nog steeds een zekere stijl en waardigheid bezat. Nadat Bartimeus elders een definitief onderkomen had gekregen volgden verschillende gebruikers, zoals de Coöperatie ABC, sociaal cultureel Centrum de Garve en de Nederlandse Vleescentrale.

In 1981 waren er boven de kantoren al de eerste wooneenheden aangebracht, maar in 1997 namen Lochemers Pauline en Henk Hartman het initiatief om van het gehele complex een appartementengebouw te maken. Zelf bewoonden zij geruime tijd de oorspronkelijke serre.