Het rekeningenboek van Harmen en Hendrik Graeuwert

Het Gelderse dorp Laren is zowel qua kwantiteit als kwaliteit relatief goed bedeeld met openbare archieven en geschiedkundige publicaties. Sinds begin 2024 is daar onverwacht nog een waardevol – want informatief – boek bijgekomen. Toen herontdekten Larenaren namelijk een (in ieder geval) al meer dan vijftien jaar verloren gewaand Rekeningenboek uit plm. 1765 in de bibliofiele collectie van een Achterhoekse verzamelaar.

De ondernemende familie Graeuwert

Het gaat hier om het Rekeningenboek van vader Harmen (1706-1768) en zijn zoon Hendrik (1732-1806) Graeuwert, een zeer ondernemend Larens stel uit het midden van de achttiende eeuw. Harmen Graeuwert werd geboren aan de Grauwertdijk in Groot Dochteren. Na zijn trouwen trok hij in bij zijn schoonfamilie op het Snijdershuis in Laren; op de plek waar tegenwoordig de “Dorpspomp” gevestigd is. Hij begon er een nering als timmerman en handelaar in hout.

 

Grauwert, Grauwertdijk 2 in Groot Dochteren

Klanten

In het Rekeningenboek, dat bijna 300 bladzijden telt, vinden we per pagina de rekeningen van één of soms ook twee klanten. Meerdere klanten waren zó actief dat hun namen op verschillende pagina’s verschijnen. De klanten woonden in de wijde omtrek; van Neede en Geesteren tot Zuidloo en Bathmen. Ook kwamen er uit Zutphen, Deventer, Hattem en zelfs Amsterdam. Ze werden gesierd met namen, die zoals gewoon was in onze landstreek, vaak gelijk het adres aangaven. De mooiste was zeker “Joost in de kelder onder de Waage” (in Deventer).

Producten en diensten

Naast de handel in hout en het timmerwerk kon je op het Snijdershuis terecht voor: de aan- en verkoop van granen en zaad en de aanschaf van voedingsmiddelen, kleding, stoffen en fournituren, en gebruiksvoorwerpen zoals klompen, maar ook een grafzerk en doodskist werden door Harmen en Hendrik geleverd. Verder fungeerden de Graeuwerts als tussenpersoon voor dagloners die gingen dorsen, mesten, hout vervoerden of bosarbeid verrichtten. De Graeuwerts schreven actes voor het vastleggen van vastgoedtransacties, maar ze penden net zo goed je huwelijkscontract. Op veilingen fungeerden ze als stroman voor het doen van een bod. Ze inden pacht van eigen en andermans landerijen. Daarnaast kon je via hen allerhande soorten belastingen voldoen. Ook beurden ze “bolgelt” respectievelijk “beergelt” als er een koe of varken gedekt was.

Bancaire activiteiten

Vooral in het financiële domein waren Harmen en zoon Hendrik uitzonderlijk goed thuis, getuige ook de complexiteit die tentoon gespreid wordt in het Rekeningenboek. En dat in een tijd dat de meeste Larenaren nog voornamelijk zelfvoorzienend waren en zeer zelden geld in de handen hadden. Dat laatste kan je bijvoorbeeld afleiden uit het feit dat velen bij de Graeuwerts een gulden of soortgelijke bedragen kwamen lenen als er Kermis was in het dorp. Er lijken weinig kastransacties geweest te zijn; de waren die in de winkel gekocht werden, streepten Harmen en Hendrik weg tegen de daglonersdiensten die gedaan werden of de kilo’s honing die geleverd waren. Terwijl dus veel Larenaren zich hoofdzakelijk beperkten tot ruilhandel, werkten ze op het Snijdershuis al met assignaties. Ze kenden hun evenknieën in de naburige dorpen en het overhandigen van een brief van de Graeuwerts waarin stond dat je 200 gulden toekwam, was bijvoorbeeld voor Schuitert in Holten voldoende om je dat bedrag uit te keren. Daarnaast zorgden de Graeuwerts dat de gegoede burgerij van Deventer hun spaargelden als leningen konden uitzetten onder de Larense boeren en zagen vader en zoon er daarna op toe dat de rente betaald en de lening afgelost werd. Voor alles werd wel de tijd genomen, soms zaten er tientallen jaren tussen het openen en het vereffenen van een rekening.

Klokkenmaker Hendrik Ruempol betaalt een deel van de aflossing en rente met een wekker

Een assignatie voor 200 gulden

In de houthandel van de Graeuwerts ging het om transacties tot 2.000 gulden. Omgerekend naar de huidige waarde van het geld, dus gecorrigeerd voor prijsstijging, is dat vergelijkbaar met een bedrag heden ten dage van 50.000 euro.

Na het overlijden van Harmen werden de activiteiten minder

Het Rekeningenboek is gebruikt van 1757 tot en met 1782, de laatste 15 jaren (met name dus nadat Harmen in 1768 was overleden) minder intensief. De oudste informatie dateert van 1743; dat betreft een rekening voor ijzerwerk ten behoeve van de kerk en de pastorie die de smid van Laren – met een vijftiental andere rekeningen – ter inning aan de Graeuwerts had overgedragen. Vanaf de dood van vader Harmen in 1768 kwamen er echter weinig nieuwe rekeningen meer bij. Zoon Hendrik lijkt dan voornamelijk bezig de openstaande saldi te incasseren. Uit andere bronnen weten we dat de Graeuwerts zelf ook veel geld geleend hebben en vooral in de periode 1777-1782 achterna werden gezeten door Harmens kredietverschaffers die vanwege wanbetaling het onderpand opeisten bij zijn erfgenamen. Pas in 1782 – met het “uut mekare maak’n” van de erfenis van Harmen – breekt er een periode van een aantal jaren van rust aan.

De oudste rekening

Hoe liep het af met de familie?

Het lijkt erop dat Hendrik de zaak niet overeind heeft kunnen houden. Zijn broers waren wel succesvol: Jan Willem als herbergier op de Witkamp en Harmen HarmensZn. in dezelfde hoedanigheid op de Laatste Stuiver in Eefde. Slechts via deze laatste Harmen bestaat nu mogelijk nog nageslacht dat dezelfde bijzondere achternaam draagt. Hendrik had alleen een dochter Harmken die zijn DNA heeft doorgegeven. Harmken trouwde een wever. Hún zoon (Hendrik’s kleinzoon dus) heeft de laatste twee pagina’s van het Rekeningenboek in 1837-1839 volgeschreven. Dat is zo´n 55 jaar na de ultieme pennestreken van Hendrik. Wát de kleinzoon schrijft, suggereert een scherpe achteruitgang qua welvaart in de familie. De twee bladzijden van de kleinzoon bevatten namelijk de rekeningen voor de karweitjes die hij als dagloner heeft uitgevoerd. “een alven dag geboud op den Pinkert”, “twe karre schadden gehald”, “een karre mes na de Averkamp”, daar verdiende kleinzoon de kost mee.

De rekening van de kleinzoon van Hendrik

Waarom interessant?

Het Rekeningenboek vertelt ons veel over het leven van de Larenaren in het midden van de achttiende eeuw. Iedereen had er zijn eigen plek. De rekening van de dagloner verschilde sterk van die van de jongeheren van de Woolbeek of van houthandelaar Dommerholt aan de IJssel bij Gorssel. Verschillen vinden we vooral in de wijze van vereffening van de rekening (scherp gesteld: óf met daglonerdiensten óf met geld). De andere kant van de rekening, de boodschappenlijstjes, liepen merkwaardigerwijs vaak minder uiteen concludeerde een historicus in 2014. Immers, ongeacht rang of stand, gebruikte men in Laren exotische producten als saffraan en koffie. Ook kwam dezelfde auteur tot de slotsom dat de Achterhoek niet achterliep. Exotische waren werden hier namelijk gebruikt op hetzelfde moment dat ook “Holland” ze begon te consumeren.

Dagloner Jan Both koopt koffie en thee

Het Rekeningenboek vormt een geweldige bron van informatie op economisch vlak. Welke producten werden tegen welke prijzen verhandeld in het dorp; verschilden die prijzen van bijvoorbeeld die op de Korenmarkten in Arnhem of Deventer en hoe? Wat waren de gebruikte maat- en geldeenheden? In de kantlijnen van het boek vinden genealogen hun kostje; de namen van de lokale bevolking, hun familierelaties (de “maght” die een “mengele olij” koopt en opa een paar nieuwe klompen) en hun life-events. Ook bevat het Rekeningenboek overvloedige locatie-info met huis- en perceelsnamen. Met dit herontdekte document wordt het plaatje van het dorp Laren in de tweede helft van de achttiende eeuw een stuk completer.

Garrit Jan Goosens is blijkbaar naar Nengerman verhuisd

BRONNEN:

  1. Rekeningenboek zelf: inzage via particuliere eigenaar en scans van het Openluchtmuseum Arnhem;

  2. Barendregt, H.J., “Graeuwert, Gra(A)uwert, Veltkamp – Veldkamp”, Bijblad van de Nederlandsche Leeuw, Deel 6, 1978, pp65-153;

  3. RAZ 1104 Oud-rechterlijk archief Scholtambt Lochem (1616-1811), Inv.nr. 102 “Gerh. Olthoff contra H.H. Grauwert, 1785, 1785”;

  4. RAZ 1104 Oud-rechterlijk archief Scholtambt Lochem (1616-1811), Inv.nr. 161 “Register van Affectatien en Beswaeren des Scout-Ampts Lochem 1775-1810”;

  5. Wessels, Leon, “Exotisch en toch heel gewoon”, Jaarboek Achterhoek en Liemers, deel 38, 2014, pp 107-115