Eendenkooi De Schoolt

In buurtschap de Schoolt van Kring van Dorth bevindt zich een eeuwenoude eendenkooi.

Derck van Heeckeren heer van Dorth heeft die omstreeks 1600 laten aanleggen om er op zijn gemak eenden te kunnen schieten, ongetwijfeld samen met zijn adellijke vrienden.

Voor dat gemak van de heren was wel van alles nodig: het verzorgen van de groep lok-eenden, het lokken van de wilde eenden naar de plas, het trainen van een eventueel kooiker-hondje, het aanvliegbaar houden van de plas en onderhouden van de omgeving.

En niet te vergeten het zorgen dat de eenden de vangpijp ingingen als prooi voor de hoge heren. Voor dat alles was een kooiker nodig en die woonde dichtbij, op het Kooikershuis. Naar hun woning noemden de bewoners zich ‘Kooier’ en dat is vervolgens weer de naam van het huis gebleven. Anderen mochten bij de kooi natuurlijk niet zomaar op eenden schieten. Als dat toch gebeurde kon Derck van Dorth daar meteen recht over spreken.

De Schoolt was een van de twee Marken in de Kring van Dorth. Alle boerenerven en de eendenkooi behoorden in die tijd aan Dorth. De functie van markerichter was meestal in handen van de Heer van Dorth. De markevergaderingen vonden plaats onder de eikenboom van erve Schoolthof.

Tegen het eind van de 17e eeuw hadden de von Flodroffs, die toen het huis Dorth bewoonden, geen belangstelling meer in de eendenjacht en verpachtten zij die jacht aan de kooiker. Rond 1753 verkocht de laatste nazaat van de van Heeckerens op Dorth, Araelia Espérance gravin von Flodroff, getrouwd met Heinrich IX von Reuss zu Köstritz, de meeste van hun bezittingen. Zo kwamen ook de eendenkooi en het kooikershuis in andere handen. In de eerste kadastrale vastlegging in 1832 is te vinden dat de eendenkooi toen in bezit was van Teunis Scholthof en het huis in bezit van Hendrik Jan Schepers. De woeste gronden eromheen behoorden allemaal aan ‘De Geërfdens van Kring van Dorth’. De kooi had nog maar twee vangarmen; dat moeten er ooit vier geweest zijn, zoals zelfs de huidige hoogtekaart nog laat zien.

Kadaster 1832

Hoogtekaart AHN 2020

Meester Heuvel beschrijft de eendenkooi van rond 1880 als volgt: “… dat bos met die mooie sparren ginds achter den kamp; in het midden is de eendenkolk, die nu blank staat, maar zomers droog ligt. Je ziet er nog de vangpijpen, die uit de kolk lopen en met een kromming in de bos verdwijnen. Rondom de kooiplas een omwalling, daar groeien riet, lisdodden, pijlkruid en egelskop”.

Omstreeks diezelfde tijd legde cartograaf J. Kuyper de situatie van de Eendenkooi, het Kooikershuis en boerderij Scholthof vast in zijn reeks plattegronden van alle Nederlandse gemeenten, uitgegeven door Hugo Suringar te Leeuwarden.

Toen al was er van de oorspronkelijke functie van de plas weinig over en dat is in de loop der jaren niet anders geworden. Niettemin vormt hij een mooi stukje landschappelijk erfgoed. Genoeg reden voor de Gemeente Lochem en de Provincie Gelderland om in 2006, met geldelijke steun van de Postcodeloterij, de kooiplas op te knappen. De natuur laat zich echter maar tijdelijk temmen…

Bronnen:

  • De eendenkooi van Dorth door Henk Klein Ovink, Ons Markenboek 2006 nr 4.

  • www.eendenkooien.nl/eendenkooi-schoolt