De duivel en de Lochemse Berg

In het open en lager gelegen gebied tussen de Lochemse Berg en de Kale Berg, niet ver van de Lochemseweg en de kruising met de Brinkerinkweg, ligt midden in een open veld naast enkele bomen een plek waar kwelwater naar boven komt en een kleine bron vormt. Dit wordt de “Duivelskolk” genoemd. Op onderstaande kaart is de kolk te zien aan het kleine blauwe ‘vlekje’ ten noorden van het huis Lichtenberg, ongeveer midden op de kaart.

Detail van de topografische kaart 1:25.000, 2020

Een kolk is niets anders dan een plek waar kwelwater aan de oppervlakte komt en een kleine plas vormt. Kolken hebben de mensen altijd tot de verbeelding gesproken, omdat men zich afvroeg hoe het toch kwam dat specifiek op dié plek het water aan de oppervlakte kwam.

Op een kaart van ‘Lochem en omstreken’, in 1899 uitgegeven door het “Verfraaiings Gezelschap te Lochem” staat de kolk expliciet weergegeven als bijzonderheid / bezienswaardigheid nummer 10.

Bij nummer 8 op de kaart staat overigens als tekst ‘Duivelsbelt’, de duivel speelde als angst inboezemende figuur blijkbaar een grote rol ! Overigens is de welbekende Wittewijvenkuil op de kaart niet met een nummer, maar door middel van een tekst weergegeven.

Detail van de kaart, uitgegeven door het Verfraaiings Gezelschap Lochem, 1899

Ciska van der Genugten, specialist natuur- en cultuurhistorie bij Gelder Landschap & Kastelen, heeft zich verdiept in zogeheten hellen of hellekolken. “In voorchristelijke tijden was het volgens Germaanse en Noorse mythologieën zo dat als je stierf, je naar de onderwereld ging. De godin van de onderwereld heette Hel of Hella, dus je ging ‘naar Hel’. Wij zien de hel als iets slechts, maar zo werd het destijds niet gevoeld. De hel was de plek waar iedereen naartoe ging. Tenzij je een groot krijger was of heldendaden had verricht, dan ging je naar het walhalla. De waterbron wordt soms hellekolk genoemd, en soms duivelskolk. De waterbron bij de Lochemse Berg werd en wordt dus Duivelskolk genoemd.

De benaming hel of duivel duidt erop dat mensen de bronnen belangrijk en wellicht ook gevaarlijk vonden. Op deze plekken werden daarom offers gebracht, zo blijkt uit archeologisch onderzoek”, aldus Ciska van der Genugten.

Aan de Duivelskolk is nog een legende verbonden, welke door de bekende Achterhoekse dichter A.C.W. Staring is verwoord in zijn cyclus over de theologisch student Jaromir uit Praag.

Jaromir’s verhaal begint in Praag waar de theologiestudent zich misdraagt tegenover een herbergier door zich voor de duivel uit te geven en zo aan voedsel en onderdak te komen. De ‘echte’ duivel vindt dat Jaromir zich misdragen heeft en wil hem straffen.

Jaromir is inmiddels een reizende Franciscaner monnik geworden. Hij komt in Lochem aan na andere steden te hebben bezocht. Daar hoort hij de kerkklokken luiden en vervloekt ze, omdat ze nog nieuw en niet gewijd zijn. De duivel heeft op dit moment gewacht en omdat Jaromir de klepels in de klokken niet heeft vervloekt, gooit de duivel de klepels op Jaromir’s kale monnikenhoofd, die daardoor bijkans bezwijkt. De klokken komen uiteindelijk terecht in een tweetal poelen of kolken buiten Lochem.

Staring dicht:

Dáár had de Boze hem gewacht!

Zijn klokken nam hij beet: ten leidak uitgebroken,

verschijnen ze in de lucht met klagend nagebrom.

Maar – van de klepels had de schenker niet gesproken,

en Heintje (lees: de Duivel) wil voortaan geen kerke-eigendom

dan met bewijslijk recht verkrijgen!

Hij rukt de klepels onder ’t pijlsnel opwaarts stijgen

de klokken uit en smakt ze naar beneen! –

op welk een hoofd? – helaas, op een…

geschoren kruin! – de tong des strafprofeets moet zwijgen!

Dood! – of is ’t minder erg – dan schier

zo goed als dood ligt pater Jaromir!

De klokken middlerwijl voltrekken

haar aangevangen reis. Twee waterpoelen strekken

(een kuier ver van Lochems veldgemeent)

ten badplaats aan de snaatrende eend –

ten spiegel aan de bonte wolken;

’t was derwaarts dat ons tweetal trok.

In elk der kolken plompt een klok –

en ’t zijn voortaan de duivelskolken.

Zo vaak het jaar weer kersttijd bracht,

kwam sedert, puncto middernacht,

de helvoogd op zijn klokken trommen

of hier een stoute vrijgeest lacht.

Wie scherp van oor is, hoort ze brommen.”

Deze legende doet het goed bij het gewone volk, dat meent dat er wel iets bijzonders aan de hand moet zijn, omdat op deze plek het water opborrelt, zodat de omgeving altijd drassig en slikkerig is, terwijl in de gegraven putten op de berg het water wel vier of vijf meter lager staat. De duivel is hier in het spel !
De moderne geoloog zal dit kunnen verklaren door te spreken over ondoordringbare kleilagen en dergelijke maar “olde meue en de olde grotva zegg’ oe, dat de Duuvel et edaon hev”.

Onderstaand wordt een advertentie getoond van hotel De Dolle Hoed (nu: BonAparte) uit het blad ‘De Boerderij’ van 15 mei 1929. Blijkbaar is de Duivelskolk altijd al een bezienswaardigheid geweest in het Lochemse !

 


Anno 2025 is de Duivelskolk gelegen in een weide aan de voet van de Lochemse Berg, omgeven door een bomenrij. Aan de waterrand staat een klein groepje bomen. Zomers grazen er koeien, Gelders Landschap en Kastelen is de eigenaar van het gebied en heeft de kolk omzoomd met prikkeldraad, waarschijnlijk om te voorkomen dat de koeien te water gaan en er niet meer uit kunnen komen.

Onderstaand een tweetal foto’s van de Duivelskolk in 2025.

 

De Duivelskolk nabij de Lochemse Berg, oktober 2025 (foto F. Ballhaus)

 

De Duivelskolk nabij de Lochemse Berg, oktober 2025 (foto F. Ballhaus)

P.S. Op deze site staat een schilderij door Gradus ten Pas waarvan wel is geopperd dat het de Duivelskolk zou voorstellen.

 

Boerderij Duivelshuusken

In het boek “Boederij- en veldnamen in Lochem” vinden wij op de kaart, in de buurt van de Duivelskolk, een tweetal bij elkaar gelegen boerderijen waarvan één een opvallende naam heeft: “Berghuus” en “Duivelshuusken”. Daar komt alweer de duivel om de hoek kijken !

Detail van de kaarten 40+45 uit het boek “Boerderij- en velnamen in Lochem”, 2003

De 2 boerderijen zijn op de kaart uit 1899 eenvoudig te herkennen als de 2 rode stippen links van nummer 30. Op de topografische kaart uit 2020 is alleen de zuidelijk gelegen boerderij te herkennen.

Op een ansichtkaart uit ca. 1910 zijn de boerderijen te zien: links boerderij Berghuis 1, welke inmiddels is afgebroken, rechts boerderij Berghuis 2, bijgenaamd Duvelshuuske of Duivelshuuske. Deze boerderij werd gebouwd ca. 1880 en werd rond 1900-1920 bewoond door de familie Kamperman-Bargeman.

Het lijkt waarschijnlijk dat de oorsprong van de naam Duivelshuuske te maken heeft met de nabij gelegen Duivelskolk, maar daaromtrent bestaat geen zekerheid.

Al met al is de aanwezigheid van de duivel rond de Lochemse Berg, te vinden in de namen Duivelskolk, Duivelsbelt en Duivelshuuske, opvallend te noemen.

‘Kijkje vanaf de Zwiepsche bank’ (op de boerderijen Berghuis 1 en 2) (foto collectie HGL, Regionaal Archief Zutphen)

Onderstaande foto toont dezelfde plek, maar dan anno 2025. De boerderij links is afgebroken en wordt “kunstmatig” vertoond, de Lochemse Berg is voorzien van véél meer bomen dan in 1910-1920…..

Foto van de Boerderijen Berghuis 1 (afgebroken) en 2 vanaf dezelfde plek, anno 2025 (foto F. Ballhaus)