Aangenaam Door Vriendschap En Nuttig Door Oefening

Al meer dan honderd jaar is er in Lochem geen Oranjefeest of jubileum denkbaar zonder muzikale aanwezigheid van de muzikanten van Advendo. Begonnen als fanfare en uitgegroeid tot harmonie, maar ook inzetbaar als drumband of blaaskapel.

Lochem had al wel een muziekkorps, namelijk Aeolus – in 1863 opgericht onder de naam Zelo – maar kennelijk was dat te burgerlijk in de ogen van een achttal leden van de Timmerliedenbond die in 1908 een eigen muziekvereniging begonnen onder de naam ADVENDO: Aangenaam Door Vriendschap En Nuttig Door Oefening.

Gerepeteerd werd er bij timmerman Bleumink thuis aan de Rozenweg, na een inzameling konden wat nieuwe instrumenten worden gekocht en onder leiding van de heer Denkers werd balmuziek gespeeld bij allerlei gelegenheden. Dat bracht geld in het laatje voor verdere ontwikkeling.

In 1911 werd een echte dirigent aangesteld in de persoon van Frederik Gerardus Leistikow, kapelmeester bij diverse gezelschappen in de regio. De repetities konden worden gehouden in het voormalige verkooplokaal aan de kastanjelaan en het niveau ging aanmerkelijk vooruit.

Al snel was Advendo te vinden bij vele feestelijkheden en concoursen. Soms met de eigen verplaatsbare muziektent. Na een onderbreking door de eerste wereldoorlog zette het succes zich voort, mede door grote belangstelling en medewerking van de fabrikant Eilard Franken, directeur van de Gebr. Naeff en van Joan de Crane, wethouder van Lochem. Zij werden respectievelijk beschermheer en erelid van de muziekvereniging.

Na het overlijden van dirigent Leistikow in 1922 maakte Advendo een inzinking door. Er vonden verschillende wisselingen van dirigent plaats en muzikaal haalde men de ‘afdeling uitmuntendheid’ niet meer. Maar met de komst van dirigent Martin Bijneveld begon in 1926 een nieuwe bloeiperiode. En een nieuw repertoire: bij de viering van het twintigjarig bestaan in 1928 en van 700 jaar stadsrecht in 1933 werden werken van Tsjaikovski, Mozart, Schubert en Wagner gespeeld in arrangementen van de dirigent.

Op 18 juli 1939 stapte Advendo in de tram naar het Concoursterrein in Borculo. Daar speelde men als laatste deelnemend orkest de tweede Suite d’ Orchestre en het verplichte nummer Ouverture Tannhäuser van Wagner. Het publiek was enthousiast. De uitvoering kreeg het hoogste aantal punten van alle in dat jaar gehouden concoursen, een eerste prijs met lof van de jury en het vurig begeerde Federatie Vaandel.

Direct na de tweede wereldoorlog wist Bijnevelt zijn mannen weer bij elkaar te brengen. Zo werd er op 27 juli 1945 alweer een concert te geven en wel voor buitenlandse soldaten. Het programma was in het Engels aangepast: “Amateurs Military Band Advendo Lochem, conductor Martin Bijnevelt at 19.30 hrs in Entertainment Hall.”

Een plaatopname van het orkest verhoogde het moreel van naar Indië uitgezonden militairen.

In 1948 vormde een aantal koperblazers voor het eerst een aparte blaaskapel. Zelf spraken ze liever over een boerenkapel: de Hooiplukkers.

Bijnevelt leidde Advendo in die naoorlogse jaren van het ene succesvolle concours naar het andere en van uitvoering naar radio-optreden. Het kon niet anders dan dat het orkest na zijn overlijden in 1948 een moeilijke periode doormaakte.

Met vanaf 1952 nieuwe instrumenten in lage stemming en inmiddels met dirigent Leo Pappenheim en tweede dirigent Wim Beumkes kwam het orkest er weer bovenop. De harmonie, de boerenkapel en vanaf 1955 de afzonderlijke drumband deden mee aan tal van concoursen en optredens en oogsten veel succes. Ook solisten uit het orkest behaalden regelmatig prijzen. Maar na een glorieuze de viering van het 50-jarig jubileum in 1958 – in nieuwe uniformen – kon het hoge niveau niet worden vastgehouden, mede doordat het niet goed klikte tussen orkest en de in 1957 aangestelde nieuwe dirigent.

De aanstelling van dirigent Ton Kotter in 1960 bracht het orkest weer op de weg omhoog. Hij bracht het orkest terug in de hoogste categorie en tot deelname aan het Topconcours voor harmonie-orkesten in Arnhem in 1969. En nam enkele maanden later afscheid als dirigent.

Aalko Flink tijdens een concert

In de zeventiger jaren deden de majorettes hun intrede en namen deel aan hun eigen concoursen. De Hooiplukkers vierden successen, onder meer tijdens de beroemde Popfestivals in het openluchttheater, waar de boerenkapel samen optrad met de boeren-rockband Normaal.

(Hier is plek voor een link naar het audio materiaal)

Onder leiding van dirigent Aalko Flink musiceerde ook de harmonie als geheel – met een nieuwe generatie instrumenten en uniformen – op hoog niveau. Bij viering van het 70-jarig bestaan in 1978 kopte De Geldersch-Overijsselsche Courant dan ook: “Advendo 70 jaar maar springlevend”.

Een belangrijke ontwikkeling in de jaren tachtig was de realisering van een eigen onderkomen in boerderij ‘de Imenkamp’ op de Molengronden. En natuurlijk waren er in 1983 tal van muzikale optredens rondom de vieringen van 750 jaar stadsrecht en 75 jaar Advendo. Inclusief het begeleiden van de intocht van koningin Beatrix op Koninginnedag van dat jaar.

Toch was niet alles rozengeur en maneschijn, want het ledental liep terug. De blaaskapel en het sinds 1968 bestaande jeugdorkest moesten worden opgeheven. Mogelijk speelde het vertrek van dirigent Aalko Flink in 1984 daarbij ook een rol.

Eind tachtiger jaren zat er weer meer muziek in. Inmiddels was Hans Slijkhuis aangesteld als dirigent.

In 1993 gaven de muziekverenigingen Advendo en Crescendo een spetterend concert in het Lochemse openluchttheater. Maar eerst moesten ze daarvoor het vervallen theater flink opknappen. En daarmee gaven ze de aftrap voor een wedergeboorte van De Zandkuil als podium. Samenwerking van Advendo met de zusterverenigingen Crescendo uit Barchem en Apollo uit Laren kwam vaker voor. Bijvoorbeeld toen Apollo een muziekconcours had gewonnen en bij thuiskomst in Laren een serenade kreeg toegespeeld door Advendo en Crescendo.

En zo ging Advendo zijn eeuwfeest tegemoet; maar de artikelen van Bertus Frank eindigden in 2003, dus graag aanvulling van de laatste 25 jaar!!

Muziek van Advendo is te beluisteren via deze link.

Dit verhaal is een samenvatting van drie artikelen door Bertus Frank in Land van Lochem 2003 en 2004. Zie voor details over dirigenten, concoursen, huldigingen, optredens en repertoire de originele artikelen deel 1, deel 2 en deel 3.

Een fanfare bestaat uit trommelaars en koperblazers. Een fanfare luistert vaak feestelijkheden op in stad of dorp; daarom zijn ze niet alleen bedreven in musiceren, maar ook in het marcheren en paraderen op straat. Dat hebben ze gemeen met de drumband, die het met alleen trommelaars moet doen en het daarom nog meer van ritme en tempo moet hebben.

Als een orkest wordt verrijkt met houtblazers dan spreken we van een harmonie. Hun muziek is rijker en gevarieerder en komt ook in een concertzaal tot zijn recht.

Door de trommelaars te beperken tot hooguit één slagwerker blijft een blaaskapel over. Die hebben weer een heel eigen idioom, van smartlappen via dixieland tot Egerländer muziek.