De ‘vazen’ van Walderstraat 8
In het voorportaal van de Veldmaat, het verenigingsgebouw van het Historisch Genootschap Lochem Laren Barchem, staan twee knie-hoge ‘vazen’.
Massief en uit steen gehouwen, dus kennelijk niet bedoeld als bewaarplaats voor vloeistoffen. Daarvoor was hun oorspronkelijke standplaats ook veel te onhandig: als bekroning aan weerszijden bovenop de gevel van Walderstraat 8.

Dat pand stond op de hoek van de Walderstraat en de Brouwhuissteeg. Een historische plek, want in 1785 kon burgemeester Wilhelmus Francois de Wolff hier zijn weerzin tegen Patriotten niet bedwingen en sloeg de dienstmeid van brouwer Heukelman. Diens brouwerij zal om de hoek gelegen hebben.
De Walderstraat was ook in die tijd al een straat van winkeliers en handelaars. Over nummer 8 weten we dat ‘koopman’ Hendrik Jan Reerink daar in 1795 onder meer pijpen, tabak, jenever, suiker, rozijnen en kaas verkocht. Zijn broer Lambertus had een bakkerij schuin aan de overkant.
Hendrik Jans zoon Hendrik was de volgende bewoner van (wat later) Walderstraat 8 (als adres zou krijgen), maar verhuisde in 1819 naar Borculo, waar hij de watermolens had gekocht.

Toen in 1832 voor het eerst het eigendom van onroerend goed in het Kadaster werd vastgelegd was ‘winkelier’ Jan Arend Alink eigenaar van het pand. Waarschijnlijk werd ook in die tijd een ouder huis voorzien van een nieuwe gevel met deze vazen. Ook Jan Arends zoon ‘koopman’ Gerrit Jan woonde er met zijn gezin, maar verkocht het pand in 1853. Misschien woonde hij er toen zelf al niet meer, want in 1851 stond gedurende enkele maanden de gepensioneerde Friedrich Anton Leopold Wilhelm Hermanni er geregistreerd.
Enkele jaren, van 1855 tot 1858, dreef ‘koopman‘ Hartog van Son er zijn handel. Hij was getrouwd met Etlina Fortuin uit een toen al bekende Lochemse familie. In 1859 kwam haar broer Abraham Mozes Fortuin wonen in Walderstraat 8 en hij zou een prominent lid van de Lochemse gemeenschap worden. Zie zijn verhaal op deze site.
Na al een lang leven in de handel begon hij in 1898 een fabriekje voor elastieken bretels, jarretels en sokophouders: de ‘Eerste Nederlandse Bretelfabriek’. In 1905 kocht hij het naastgelegen pand Walderstraat 6 om de productie te kunnen opvoeren. Zo’n veertig jaar leidden verschillende generaties Fortuin de bretelfabriek, die leverde aan diverse landelijke modehuizen, zoals de bekende firma Gerzon.

De Tweede Wereldoorlog maakte een ruw einde aan zowel de familie Fortuin als de fabriek. Na de oorlog en het nodige rechtsherstel werd in Walderstraat 8 een drukkerij en kantoorboekhandel begonnen door de firma ten Have terwijl op nummer 6 door Rudolph Schierenberg antiquariaat Junk werd gevestigd, overgekomen uit Den Haag. Uit de tijd van die beide firma’s dateert onderstaande foto.
Zo bleef de situatie tot 1979. In dat jaar nam de firma Klein Beernink de kantoorboekhandel over en in datzelfde jaar verhuisde het antiquariaat naar Amsterdam.
Maar de Rabobank op de Markt had grootse plannen die in 1986 werden gerealiseerd: de kantoren van de bank gingen de hoek van Markt en het hele stuk Walderstraat tot aan de Brouwhuissteeg innemen. Alle daar bestaande panden werden gesloopt. Klein Beernink verhuisde naar de Markt op de plek waar tot dan toe de Rabobank had gestaan.
Nu kon er in die tijd in Lochem niet gesloopt of gegraven worden of amateur-archeoloog Ben de Graaf kwam een kijkje nemen. Primair om bodemvondsten te doen, maar ook om ander erfgoed voor ondergang te behoeden. En de vazen op de gevel waren zulk erfgoed dat bewaard moest blijven. Dus benaderde hij de sloper en regelde dat die de vazen voor hem apart zou zetten. Toen Ben de volgende dag de vazen wilde ophalen was de gevel verdwenen en stonden er geen vazen apart. Maar het raadsel was snel opgelost: Toon Klaver had vanuit zijn huis iets verder in de Blauwe Torenstraat een avondwandelingetje gemaakt en de vazen apart zien staan. Ook hij had ze als erfgoed herkend en veilig gesteld in zijn achtertuin. Ben kon ze alsnog meenemen naar zijn eigen achtertuin. Daar hebben ze zo’n veertig jaar gestaan.
Met de overdracht van de totale collectie archeologische vondsten van Ben de Graaf zijn ook de vazen eigendom geworden van het Historisch Genootschap.
