Laurens Leen (1819 – 1880)
Laurens (of Lourens) Leen was een zoon van Gerhard Leen, die in diens vaders voetsporen was getreden en leraar geworden en rector van de Latijnse School in Lochem en vervolgens Zwolle. Hij en zijn vrouw Catharina Elizabeth van Raab kregen vijftien kinderen van wie er zeker zeven (heel) jong stierven. In 1830 baarde Catharina een tweeling van wie het jongetje hetzelfde jaar overleed en het meisje in het jaar daarop. En intussen was Catharina zelf in 1830 bezweken. Gerhard overleed in 1835 in Zwolle.
Maar al eerder moet het voor Gerhard en Catharina ondoenlijk zijn geweest om het Zwolse gezin goed te bestieren, want al vanaf 1827 hadden oom Jacob en tante Willemina in Lochem de zorg voor hun neefje Laurens op zich genomen. En in 1839, toen Jacob Leen inmiddels al een paar jaar weduwnaar was, bestond zijn huishouden ook uit neefjes Laurens (1819) en Gerhard (1825) en nichtjes Sara Johanna (1815) en Wilhelmina (1816).
Neefje Laurens was dus door zijn oom en tante opgevoed als was hij hun eigen zoon en hij bleef Lochem trouw. Hij zette de zaak van zijn oom voort en trouwde met Geertruida Johanna Elizabeth Harmsen, de zus van Albert Thomasson Harmsen met wie zijn nicht Anna Elizabeth getrouwd was. Binnen de Lochemse elite was het kringetje van huwelijkscandidaten behoorlijk klein. Na haar overlijden hertrouwde Laurens met Jacoba Willemina Elizabeth Peerlkamp, dochter van rector Isaac Peerlkamp van de Latijnse school. Beide huwelijken bleven kinderloos.
Net als oom Jacob was ook Laurens burgemeester van Lochem, namelijk van 1851 tot zijn dood in 1880.
Lees ook het verhaal over zijn graf op deze website.
Na het overlijden van Laurens lijkt zijn boedel niet direct verdeeld te zijn. Pas na het overlijden in 1886 van zijn zuster Aleida Gerharda Leen, weduwe van Hendrik Martinus Hassink, worden de bezittingen van hen beiden openbaar verkocht. Het gaat om talloze bospercelen, landbouwgronden en boerenerven in Exel, Groot Dochteren en Zwiep, maar ook tot in Markelo. Dat gebeurt niet alleen in een verkoping in wat later Hotel Central aan de Markt zal worden. Bijgaande aankondiging is er slechts één van een stuk of vijf verkopingen in de zomer van 1886.

