Daniël Jansen (1911 – 1990)

Notaris te Lochem van 1955-1981. Opvolger van notaris Felix, voorganger van notarissen Tap & van Hoff.

Daan Jansen werd geboren in Groesbeek, waar zijn vader stationschef was op het grensstation van de NS. Nadat vader Jansen was gepromoveerd naar het grotere grensstation van Winterswijk bracht Daan daar zijn jeugd door, bezocht de HBS en ontmoette er zijn vrouw Geertje (Gré) van Cleef, verpleegster in het Winterswijkse ziekenhuis.

Met HBS kon je toen nog niet naar de Universiteit, maar na privélessen en -studie kon je wel het staatsexamen Notariaat behalen. Dat vergde echter wel een tijd zelfstudie en geen inkomen. Intussen moest wel betaald worden voor de lessen en het examen. Gelukkig sprongen de grootouders van Doorn van moederskant financieel bij. Die hadden een goedlopende herberg ‘de Cuip’ in Kesteren.

In 1938 ging Jansen aan de slag als kandidaat-notaris op het kantoor in Lochem en in 1955 volgde hij notaris Felix op. In plaats van het – in de ogen van zijn vrouw te sombere – kantoor op Berkeloord liet hij een modern woonhuis annex kantoor bouwen op de hoek van de Barchemseweg en de Johan van Oldenbarneveltlaan. Als eerbetoon aan zijn ondersteunende grootouders noemde hij het huis ‘de Cuip’.

Notaris Jansen was een meester in het oplossen van familiekwesties. Zijn kandidaat- notaris Tap wist alles van belastingen en ondernemingsrecht. En klerk Ruiterkamp kon alle voetangels en klemmen bij ruilverkavelingen omzeilen. Zo groeide het Lochemse notariskantoor uit tot een all-round praktijk. Terwijl andere notariskantoren op het platteland het moeilijk hadden was het kantoor in Lochem na het pensioen van notaris Jansen in 1981 groot genoeg voor de benoeming van twee notarissen.