Anne Willem Carel van Nagell (1756 – 1851)
Anne baron Van Nagell was lid van de familie Van Nagell en een zoon van Johan Herman Sigismund baron van Nagell (1730-1784), luitenant-stadhouder in het Kwartier van Zutphen en Mauritia Constantia le Leu de Wilhem (1736-1813).
Van Nagell trouwde te Lisse op 20 september 1778 met Anna Catharina Elisabeth du Tour (1761-1853).
Van Nagell begon zijn carrière als raad in de Vroedschap van Zutphen, dit deed hij van 16 januari 1774 tot 22 februari 1785. Later werd hij ook schepen en burgemeester van Zutphen. In 1779 werd hij benoemd tot commies-generaal van de Convooien en Licenten, dit bleef hij tot 26 juni 1795. Inmiddels was hij in 1781 bewindhebber van de V.O.C. geworden, wat hij bleef tot 1795.

Anna Catharina Elisabeth du Tour (1761-1853)
Later werd Van Nagell secretaris van de Engelse gezant James Harris, graaf van Malmesbury, vanaf 3 maart 1788 werd hij zelf ook buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Londen, in welke functie hij bleef fungeren tot 23 februari 1795. Als trouw orangist weigerde hij te werken voor het nieuwe Bataafse bewind in den Haag.
Tijdens de Bataafse en Franse periode was Van Nagell ambteloos (1795-1811), hoewel hij ook een inkomen had uit zijn landerijen. In 1811 begint hij weer als lid algemene raad van het departement van de Boven-IJssel, tot 1813. Hij leidde in 1814 de Vergadering van Notabelen waarin de Grondwet werd goedgekeurd. Ook was hij voorzitter van de inhuldigingsvergadering te Amsterdam van soeverein vorst Willem, op 30 maart 1814.
Op 6 april 1814 werd Van Nagell secretaris van staat voor Buitenlandse Zaken, als opvolger van Van Hogendorp. Dit bleef hij tot 16 september 1815, daarna werd hij minister van Buitenlandse Zaken. Na zijn aftreden op 16 mei 1824 werd hij belast met het toezicht op de koninklijke verzamelingen van kunst en zeldzaamheden en kreeg hij een pensioen van f 2500,-. Samen met Melchior Goubau d’Hovorst en Cornelis Felix van Maanen maakte hij in 1823 nog deel uit van de delegatie die onderhandelde over een concordaat met Paus Pius VII.
In 1814 was Van Nagell lid van de ridderschap van Gelderland geworden en op 6 juli 1824 werd hij lid van de provinciale staten van Gelderland, wat hij bleef tot 1849.
Van Nagell is tijdens zijn leven kamerheer geweest van stadhouder prins Willem V, koning Willem I en Willem II.