Het Hulze bij Almen, een verdwenen kasteel

Aan de Wagenvoortsedijk tussen Almen en Eefde ontstond in 1743 een huis met de allure van een kasteel: een omgracht terrein met hoofdgebouw en bouwhuizen aan weerszijden van het voorplein. De barokke tuinaanleg omvatte een oprijlaan van 3 km, georiënteerd op de kerk van Almen en een Grand Canal van 250 meter lang.
Dat alles werd gerealiseerd door Jan Andre van der Muelen (1703-1760), burgemeester van Zutphen. Hij was getrouwd met Charlotte de Geer (1716-1749), achterkleindochter van Louis de Geer (1587-1652) die schatten verdiende met wapenhandel, vooral met en vanuit Zweden.

De eerste vermelding van het Hulze is van 1507, wanneer de weduwe van Gerrit Coninx wordt genoemd als rechthebbende op een ‘guet te Hulse te Warnsveld in Evede’. Het is dan waarschijnlijk een boerenhofstede, nog zonder de allures van een kasteel.
Gedurende enkele eeuwen gaat het goed in vele handen en families over, tot het in 1743 wordt verkocht aan Johan Andre van der Muelen, gehuwd met de schatrijke Charlotte de Geer. In die tijd wordt het Hulze verbouwd tot het beschreven kasteelachtig landgoed.

Oprijlaan en Grand Canal zijn met de tijd vrijwel uit het landschap verdwenen, zoals uit bijgaande kaartjes van respectievelijk 1865, 1935 en 2015 blijkt.

Diverse verervingen, verdelingen en publieke verkopen verder is het huis, als Hermannus Revelman het in 1872 heeft gekocht, zo bouwvallig dat sloop en verkoop in onderdelen het meest economische vervolg zijn. Alleen de beide bouwhuizen (zie bovenstaande foto’s van Focko de Zee) zijn nog als boerderij blijven bestaan.