Edzard Jacob Bosch van Rosenthal (1892 – 1945)
Edzard Bosch ridder van Rosenthal (Dordrecht, 27 mei 1892 – Almen, 2 april 1945) was een telg uit het geslacht Van Rosenthal. Overgrootvader Hans Heinrich Conrrad von Rosenthal (1762-1822) was met het Pruisische leger naar Nederland gekomen waar hij trouwde met Louisa Anna Bosch, dochter uit een Culemborgse familie. Sindsdien voerde deze Nederlandse tak van de familie de naam Bosch van Rosenthal. Twee zonen werden tot de Nederlandse adelstand verheven. De mannelijke leden mogen de titel ridder voeren; de vrouwelijke leden jonkvrouw.
Bosch van Rosenthal was watergraaf van het Waterschap De Berkel in Oost-Gelderland. Hij woonde in huize Zuiderenk in Lochem, eerder bekend als Huize Kobeke.
Later verhuisde hij naar Huis Den Dam te Eefde, een monumentaal landhuis dat vroeger een van de 36 erkende havezaten in het kwartier Zutphen was. Het is sinds 2015 een rijksmonument.
Ingenieur
Als civiel ingenieur begon hij zijn loopbaan bij adviesbureau van Hassselt en de Koning in Nijmegen, maar al snel werd hij benoemd tot watergraaf van waterschap de Berkel, gevestigd in Lochem.
Een eerbiedwaardige lijst van onder zijn leiding in dit waterschap tot stand gekomen werken siert zijn naam: de bouw van zes stuwen in de Berkel, de bemaling van „De Zwiep”, waarvan een gebied van 1000 tot 2000 ha. profiteert, de classificatie en taxatie van alle 36.500 ha. van het waterschapsgebied in drie klassen, met toekenning van een onafhankelijk van de grond belasting door eigen taxateurs geschatte belastbare opbrengst, de verbetering van ongeveer 600 k.m. waterleiding, de verbetering van de Berkel en de Bolksbeek met daarin gelegen kunstwerken. Zijn verdiensten, speciaal ten aan zien van de beide laatste werken, werden erkend door zijn benoeming in 1935 tot Ridder in de orde van Oranje Nassau.
Maatschappelijk
Daarnaast was Bosch van Rosenthal maatschappelijk zeer actief. Zo was hij onder andere bestuurslid van de stichting het Geldersch Landschap, voorzitter van het Hoofdcomité ter viering van het 700-jarig bestaan van de stad Lochem in 1933, voorzitter van de Vereeniging „Volksvermaak” te Lochem (de Oranjevereniging), voorzitter van den Ijsbond Twenthe-kanalen. En ook nog eens all-round sportsman, geestdriftig tennis- en hockeyspeler, zeer goed schaatsenrijder (winnaar van een elf-steden-tocht) en hartstochtelijk jager; niet alleen op reeën, maar ook op ijsberen, zeehonden, elanden en gemzen.
Verzet
In de Achterhoek werd Edzard Bosch van Rosenthal een van de belangrijkste stimulatoren van het verzet. Hij stond in contact met alle regionale en lokale verzetsgroepen. In de jaren 1943 en 1944 was hij in Arnhem altijd aanwezig bij de wekelijkse vergaderingen van de lokale afdeling van het Nationaal Comité van Verzet, een verzetsorganisatie die verzetsactiviteiten op civiel gebied van diverse groepen wilde coördineren en informatie over de Duitsers wilde verzamelen. Na de oprichting van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in september 1944 was hij voor deze organisatie chef-staf van Gewest 5.
Gevangen
Met zoveel activiteiten was het onvermijdelijk dat hij op een gegeven moment in het vizier moest komen van de Sicherheitsdienst. Op 23 december 1944 werd hij bij toeval in Zutphen aangehouden en na enkele stevige verhoren door de Gestapo in huis ‘t Onland bij Lochem overgebracht naar gevangenis de Kruisberg in Doetinchem. Gevangenen daar wachtte meestal een gruwelijk lot. Een van de andere gavangenen was William van de Wall Bake, een reserve-luitenant-kolonel in het leger die Bosch van Rosenthal al kende omdat ze beiden voor het verzet werkzaam waren. Samen wisten ze te ontsnappen toen de trein die hen (in meerdere opzichten) naar hun eindbestemming moest brengen bij Beltrum-Zieuwent bijna tot stilstand kwam.
Onderduik
Na enkele dagen lopen wisten de beide mannen een onderduikadres te bereiken: een ondergronds hol in de bossen tussen Ruurlo en Vorden. Na hun ontsnapping bleven ze actief in het verzet en zaten op verschillende adressen ondergedoken. Op 1 april 1945 verlieten de beide verzetsvrienden landgoed Het Onstein, een landgoed bij het Gelderse Vorden waar zij op dat moment ondergedoken zaten. Ze moeten zich redelijk veilig hebben gewaand, want de Canadese bevrijders stonden als het ware voor de deur. Op 2 april zou Vorden worden bevrijd.
Gesneuveld
Het is onduidelijk wat op 2 april precies is gebeurd. De ene bron zegt dat hij op zoek naar zijn zoon Frans in Almen bij de Spitholterbrug dodelijk werd getroffen door een onbekende kogel. Zijn zoon trof hem daar die ochtend dood aan, beroofd van zijn papieren, trouwring en horloge. Een andere bron zegt echter dat Bosch van Rosenthal die dag ging optreden als gids voor de bevrijders. Toen hij bij het riviertje de Berkel vooruitging om Duitse officieren te overreden de strijd te staken, zou hij in de verwarring van het moment door vuur van eigen troepen zijn gesneuveld.
Op 25 juli 1952 werd Bosch van Rosenthal postuum per Koninklijk Besluit het Verzetskruis toegekend. Het werd uitgereikt aan zijn weduwe Gertrude van Hasselt (1897-1991). Ook kreeg hij later postuum het Verzetsherdenkingskruis. Ter herinnering aan hem is in de voorgevel van zijn voormalig woonhuis Huis Den Dam een gedenksteen aangebracht. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats te Vorden (vak A, 2e gedeelte, nr 31).
(Het bovenstaande is een combinatie van een verhaal op website Muizennest, en een In Memoriam in Waterschapsbelangen uit 1945)